Voorwaarden

 

De rol van Sportplek

Sportplek is een partij die bemiddeld tussen sportverenigingen en gebruiker. Hierdoor blijft de vereniging verantwoordelijk voor het pand en de invulling ervan. De aansprakelijkheid ligt dan ook bij de vereniging en niet bij sportplek.nl. Hier dient een vereniging alvorens van op de hoogte te worden gesteld.

Sleutelbeheer

Indien er gebruik gemaakt wordt van het pand door derden dient er ten aller tijden een vrijwilliger of opzichter aanwezig te zijn die de sleutel in beheer heeft. Deze persoon is dan ook verantwoordelijk voor het openen en afsluiten van het pand. Dit is een pre om verzekeringstechnisch een aantal zaken af te dekken. Zie onderstaand verhaal over verzekeringen. Daarnaast is het ook in belang van de vereniging omdat ze door het verkopen van consumpties extra inkomsten kunnen genereren.

Eigendom van het pand

Sportverenigingen zijn niet altijd eigenaar van de kantines die ze gebruiken. Er zijn drie verschillende scenario’s die zich hierin voor kunnen doen.

  1. De sportvereniging is zelf eigenaar van het pand en kan daardoor zelf bepalen wat ze met het pand doen.  Ze dragen zelf de verantwoordelijkheid voor de verzekering en/ of eventuele schade;
  2. De sportvereniging huurt een pand van de gemeente. In dit geval is de gemeente leidend in wat er wel en niet mogelijk is in de sportkantine. Dit omdat zij ook verantwoordelijk zijn voor de verzekering van het pand en dus eventuele kosten dienen te dragen;
  3. De sportvereniging huurt de kantine van iemand die het pand pacht. In dit geval zal er in overleg met de eigenaar van het pand afgesproken moeten worden wat er wel en niet mogelijk is.

Verzekeringen

Sportverenigingen beschikken vaak over een opstalverzekering voor het pand dat we kennen als “de kantine”. Dit kan omdat ze het pand zelf in beheer hebben of omdat de beheerder deze verzekering draagt. Binnen deze verzekering worden de activiteiten gedekt die gerelateerd zijn aan het sportaanbod dat wordt aangeboden. Doordat sportplek zich ook richt op andere activiteiten dan het sportaanbod (zoals vergaderingen en zzp’ers) ontstaat het volgende:

  • Wanneer een sport vereniging een ruimte beschikbaar stelt aan derden. Dan ontstaan er extra risico´s waarbij schade kan ontstaan waarvoor de vereniging zal opdraaien;
  • Het risico van schade aan het complex of gebouw is erg voor de hand liggend. Dergelijke schades zijn meestal afgedekt middels een brand of gebouwenverzekering. Tot hier dus geen probleem;
  • Verzekeraars stellen vaak extra voorwaarden voor degelijke gebouwen vanwege het attractieve karakter. Hiermee wordt bedoeld dat dergelijke gebouwen vaak een kantine hebben. Hier bevinden zich over het algemeen aantrekkelijke goederen die bij diefstal eenvoudig kunnen worden geheeld;
  • Logische gedachtegang van een verzekeraar om daarom extra voorwaarden ook wel preventie eisen op te stellen.

Bij gebruik door derden zal een verzekeraar hiervoor clausules opnemen die de mogelijkheid van claims door diefstal bijvoorbeeld zullen uitsluiten of beperken. Zo wordt vaak de braakclausule toegepast, dit betekent dat er aan de buitenzijde van het gebouw braakschade moet zijn om een gedekte diefstal te kunnen claimen. Bij verhuur aan derden wordt vaak de binnenbraakclausule geplaatst, dit betekent dat alleen die diefstal schade gedekt is als er op de afgesloten niet toegankelijke ruimten braakschade wordt aangetoond:

  • Dit geldt dan vaak voor het gebouw maar ook voor de inventaris en goederen. Dit omdat de verzekeraar vermissing en verduistering niet wenst te dekken op haar verzekering;
  • Het gebruik van elektronische of elektrische apparatuur wordt vaak alleen toegestaan als er een opzichter aanwezig is die ter zake kundig is. Schade veroorzaakt door gebreken binnen het elektrische circuit zijn veel voorkomend. Verzekeraars stellen steeds vaker de eis dat de elektrische installatie conform de NEN 1010 en 3140 moet zijn gekeurd en dat er een contract aangaande het jaarlijkse onderhoud moet zijn;
  • 8 van de 10 branden ontstaan als gevolg van kortsluiting;
  • Gebruik van brandbare versieringen is tegenwoordig al helemaal uit den boze. In herinnering nemende de brand in Volendam.

Er zijn natuurlijk talloze voorbeelden te noemen, maar voor de verzekeringen aangaande brand, waterschade, inbraak en diefstal betekent dat een ander gebruik dan oorspronkelijk bedoeld (sportkantine wordt kantoorruimte) altijd moet worden gemeld aan de verzekeraar.

Ook niet onbelangrijk om te weten is van wie het gebouw is, gemeenten geven ook vaak sportruimten in bruikleen. Wanneer dat het geval is moeten zij als eigenaar ook toestemming verlenen.

Voor de sportverenigingen geldt dat zij vaak een aansprakelijkheidsverzekering hebben (vaak via de bond) dergelijke verzekeringen hebben vaak een secundaire dekking dat wil zeggen dat wanneer er geen persoon primair aansprakelijk kan worden gesteld de secundaire dekking pas ingaat. Dit zou kunnen betekenen dat een schade op schuldbasis een langdurig karakter kan krijgen.
een welles nietes spel kan betekenen dat een vereniging een grote schade zelf zou moeten dragen voordat er uitkomst is van wie er aansprakelijk is en welke verzekeraar dat gaat uitkeren.

Of te wel dergelijke extra activiteiten moeten goed worden besproken met de verzekeraar. Een verzekeraar kan overige activiteiten weigeren en dat betekent dat er bij hen geen dekking meer mogelijk is.

Wanneer het ter beschikking stellen van ruimten aan derden een inkomstenbron wordt krijgt een vereniging ook te maken met een verhoogde aansprakelijkheid op vermogensschade. Ook de bestuurders en toezichthouders verzekering dient te worden aangepast aan de extra activiteiten.

De aansprakelijkheid voor schade aan personen wordt groter en zeker ook voor het personeel. Of dit nu een vrijwilliger is of niet de vereniging kan aansprakelijk worden gesteld voor zaakschade en of letselschade van de vrijwilliger. Dit valt niet standaard onder de vrijwilligers verzekering die gemeenten vaak afsluiten voor alle vrijwilligers binnen een gemeente. Hier moet dus duidelijkheid over zijn alvorens te starten. Dit kan worden nagevraagd bij de gemeente en wanneer dit niet onder de collectieve vrijwilligersverzekering valt dient de vereniging deze apart af te sluiten.

Kort samengevat:

  • Sportplek stelt zich niet aansprakelijk voor diefstal of enige vorm van schade aan pand, vermogen of mens;
  • Er dient ten aller tijden een vrijwilliger/ opzichter aanwezig te zijn die het pand kan openen en sluiten, toezicht houdt op de activiteiten die plaats vinden en eventueel consumpties kan verkopen;
  • De vereniging is zich alvorens bewust van het eigendom van het pand. Indien het pand niet in eigendom is van de vereniging dient de eigenaar op de hoogte gesteld te worden van het verhuur aan derden. Hiervoor moet een akkoord bereikt worden;
  • De vereniging dient alvorens de verzekeraar op de hoogte te stellen van het onderverhuren aan derden. Hierbij is het ook van belang om de aard van het gebruik te melden;
  • De verzekeraar dient akkoord te zijn met het onderverhuren aan derden;
  • Eventuele extra clausules zijn toegevoegd aan de verzekering;
  • Indien de vereniging geen overeenstemming heeft bereikt met de verzekeraar dragen zij zelf de verantwoordelijkheid voor schade aan het pand, diefstal, letselschade, zaakschade of vermogenschade.